Overgangsrichtlijnen

Leerjaar 1 (naar 2 basis en kader)

a. iedere leerling wordt besproken
b. in principe blijft niemand zitten
c. overgang of alternatieven bespreken bij 5 of meer berekende onvoldoendes, ongeacht voor welk vak.

Leerjaar 1 (naar 2 mavo)

Binnen de kader/mavo- brugklas wordt door de rapportenvergadering gekeken naar
de cijfers (gemiddeld 7,5 is een eerste richtlijn), maar ook naar inzicht, werkhouding en
studievaardigheden. Bij rapport 1 + 2 wordt een voorlopig advies gegeven; bij rapport 3
wordt het besluit om al dan niet te bevorderen naar 2 mavo genomen.

NB: in de reguliere basis/kader-brugklassen kunnen leerlingen ook in aanmerking komen
voor de overstap naar de mavo, mits zij vanaf rapport 1 bovengemiddeld scoren.

 

Leerjaar 2 (naar 3 basis en kader)

a. iedere leerling wordt besproken
b. een leerling wordt naar het 3e leerjaar bevorderd, indien het gemiddelde van alle vakken 6 of meer bedraagt
en de sector-relevante vakken (toekomstige examenvakken) niet meer dan 2 berekende onvoldoendes bevatten.
In alle andere gevallen beslist de docentenvergadering. Het gehele determinatie-proces speelt een doorslaggevende rol
bij de plaatsing in de basis- of kaderberoepsgerichte leerwegen.

Doorstroming van het derde naar het vierde leerjaar

Uitgangspunt bij de doorstroming naar klas 4 zijn de cijfers die behaald zijn voor de
examenvakken. Voor deze examenvakken gelden de volgende regels:

• Eén maal het cijfer 5 is toegestaan.
• Twee maal het cijfer 5 moet gecompenseerd worden door tenminste een 7.
• Eén maal het cijfer 4 moet gecompenseerd worden door tenminste een 7.

Heb je meer tekortpunten dan zal de overgang naar klas 4 besproken worden door de
docentenvergadering en de examencommissie.
Het vak maatschappijleer (afgesloten in leerjaar 3) is één van de examenvakken.
Het vak kent geen centraal examen, maar wordt afgesloten met een schoolexamen. Is het
cijfer voor maatschappijleer lager dan een 6 dan geldt de verplichting tot een herexamen.

 

Bovendien moet je voldaan hebben aan de volgende eisen:

• Twee praktische opdrachten moeten zijn afgesloten.
• Voor het kunstvak 1 (CKV) moet een voldoende of goede beoordeling zijn behaald.
Opmerking:
1. Omdat de cijfers bij de rapportage altijd zijn afgerond op één decimaal, zal bij de
berekening van bovenstaande cijfers de normale afrondingsregels worden toegepast.
2. Het cijfer voor het beroepsgerichte vak telt tweemaal mee (conform het eindexamen).
3. Voor het vak lichamelijke opvoeding moet de kandidaat aan het eind van klas 4 een
voldoende of goed hebben verkregen om te slagen.

Rapporten


De leerlingen worden beoordeeld op grond van hun prestaties. Over deze beoordeling
vindt binnen de vaksecties overleg plaats, zodat er geen verschillen ontstaan in de
beoordeling van gelijke prestaties (proefwerken bijvoorbeeld) door verschillende docenten.
De tijdstippen van de uitreiking van de rapporten zijn globaal:

december: rapport 1
maart:       rapport 2
juli:           rapport 3

Over alle rapporten vergaderen de docenten van de betreffende klassen.

Determinatie (leerjaar 2)


Een moeilijk woord; het betekent dat we moeten bepalen welke sector, afdeling en
leerweg voor welke leerling het meest geschikt is. In leerjaar 2 zullen we door het
hele jaar heen niet alleen kijken naar cijfers, maar ook naar vaardigheden, aanleg en
interesses. Dit gebeurt op allerlei manieren, onder meer door toetsen, observaties,
alsmede door belangstelling- en aanlegtesten. Hiermee hopen we dan samen met de
ouders een zorgvuldige, passende keuze voor de bovenbouw te kunnen maken.

 

Download hier de overgangsnormen!